Verhaal 6 : Een dag uit het leven van Soumaya

Soumaya kijkt op haar mobiel: al kwart over acht en de kinderen zijn nog niet klaar met ontbijten. Ze moeten toch echt om kwart voor negen op school zijn. Dan maar de rest van de boterham op weg naar school opeten.

“Kom Ali en Salma, jassen aantrekken, rugzak om, we moeten naar school. “Maar Mama ik heb m’n boterham nog niet op”, zegt Ali. “En mijn thee is nog te warm,” voegt Amina aan het protest van haar broertje toe. “Die boterham eet je onderweg maar op, Ali. En Salma, ik stop een extra blikje cola in je rugzak voor de dorst. Maar we moeten nu echt naar school. We hebben al twee waarschuwingen gekregen omdat jullie zo vaak te laat komen.” Soumaya is boos op zichzelf. Natuurlijk heeft ze het geld niet voor een blikje cola, ook al is het huismerk, maar het is vaak de enige manier om de kinderen mee te krijgen.

Soumaya besluit haar kinderen maar niet lastig tevallen met dreigement van het schoolhoofd: “Nog één keer te laat en ik zal het moeten melden bij de Inspectie en bij Jeugdzorg. Dan moet u een fikse boete betalen, komt de politie de kinderen voortaan ophalen en haalt Jeugdzorg de kinderen misschien wel bij u weg”, zei hij een tijdje geleden tegen haar.

De schande dat alle buren zien hoe de politie hun kinderen komen halen, is erger dan de dood. En een boete kunnen zij niet betalen; die zal ze gewoon op het groeiende stapeltje ‘niet te betalen rekeningen’ leggen. Jetje van het buurthuis heeft gelijk; ze moet moet die stapel rekeningen naar de gemeente en vragen om schuldhulpverlening. Tegelijkertijd kan ze zo wanhopig worden als Jetje dingen zegt
als: “Dat doe je toch even”.

Veertien over half negen. Ze hebben het gehaald. ”Dag lieverdjes, ik haal jullie straks weer op. Goed je best doen, hè?” Gauw naar huis. In gedachte gaat ze na wat ze alle maal moet doen vandaag. Het ontbijt nog afruimen en het huis schoonmaken. En dan eten kopen. Ze
heeft gehoord dat er op de markt een stalletje is waar de couscous wel 10 cent per kilo goedkoper is en misschien heeft de slager die vlak bij de markt zit nog wat lekker vet schapenvlees voor een schappelijk prijsje. Hoe vetter hoe beter. Vetter betekent goedkoper en meer smaak. Als ze goed zoekt op de markt, kan ze vast een paar goedkope winterpenen vinden. Dan kan ze weer eens een lekkere tajine
maken. Dan is het alweer bijna tijd om de kinderen op te halen van school en ze heeft de buurvrouw be loofd ook haar kinderen mee te nemen. Die boft, ze heeft sinds kort een baan voor twee dagen in de week als schoonmaakster bij een aardig gezin. Even het huis uit en een welkome aanvulling in de huishoudportemonnee. Eigenlijk moet ze tijd vinden om het vlees al op het vuur te zetten voor ze de
kinderen gaat ophalen. Anders wordt het niet mals genoeg.

En maar hopen dat er straks met de post niet nog meer rekeningen op de mat vallen. Het is pas de helft van de maand en de bodem van haar huis houdportemonnee is al in zicht. Net als ze klaar is met afwassen, hoort ze de brievenbus klepperen. Ze vermant zich. ‘Ga nou maar meteen kijken. Als er een rekening bij zit, gaat die echt niet weg als je ‘m negeert.’ Ze hoort het Jetje van het buurthuis zeggen.

Gelukkig alleen een rekening van de apotheek. Daar heeft ze geld voor apart gehouden. En wat is dat? Bureau Bevolkingsonderzoek? Geen idee wat dat is. Openmaken levert een dichtbeschreven brief op. Iets met ‘Uitnodiging’. Maar waarvoor dan? Onmogelijk zo snel op te maken uit de brij van letters.

Die brief zal ze volgende week aan Jetje laten zien. Misschien weet zij wat het is. In ieder geval geen rekening. Ja, het wordt hoog tijd dat ze weer eens naar het buurthuis gaat. Deze brief is niet de enige waar ze geen wijs uit wordt. Het is alweer vier maanden geleden dat ze bij Jetje is geweest, bedenkt ze ineens. Eerst grote vakantie en toen Ramadan, het komt er maar steeds niet van.Maar nu eerst naar de markt. Ze steekt vijftien euro bij zich. Oh ja, Jetje zou haar ook nog helpen met alle procedures om recht te krijgen op eten van de
Voedselbank. Dat zou behoorlijk schelen. Ze moet echt volgende week naar het buurthuis gaan.