Verhaal 9: En wie gaat er voor mij zorgen?

Het is mei 2019 en op een avond voelt Eva een knobbeltje in haar linkerborst. Haar tante is overleden aan borstkanker, dus zit ze meteen de volgende ochtend bij de huisarts. Die denkt dat er een klier opspeelt en adviseert het in de gaten te houden en te kijken of er geen samenhang is met menstruatie.
Achteraf heeft ze weleens gedacht: ik weet het verschil tussen een knobbeltje en een klier toch wel? Maar goed, ze heeft het dan druk. Het begin van het schooljaar komt eraan en ze moet geld vinden om alle schoolspullen voor de kinderen op orde te krijgen. Bovendien is de tante van haar man onverwachts met ons mee teruggereisd. Ze is net weduwe geworden en komt drie maanden bij hun wonen.
Natuurlijk krijgt zij de slaapkamer van haar man en haarzelf, maar dat betekent wel dat Eva ergens twee mat ssen voor henzelf moet zien te vinden die ze ’s nachts in de woonkamer kunnen neerleggen om op te slapen. Als ze een week of vier later alles zo’n beetje op de
rails heeft gezet, wordt ze zich ervan bewust dat het knobbeltje er nog steeds is. De volgende dag in de praktijk is er een andere huisarts. Of het daaraan ligt, zal ze nooit weten, maar ze wordt onmiddellijk doorgestuurd. Gelukkig staat ze er op dat moment niet bij stil dat doorsturen naar het ziekenhuis voor een mammografie betekent het betalen van haar eigen risico. Als haar man daarachter komt, straft
hij haar alsnog, ondanks het feit dat ze dan al weten dat Eva borstkanker heeft.
Hoe dan ook, dan gaat het in sneltreinvaart, mammografie, echo, biopt de volgende dag. Tijdens de biopt weet ze het eigenlijk al. De artsen zijn zo zenuwachtig. En dan het vonnis, want zo voelt dat: hormonale borstkanker. De rest hoort ze niet meer Gelukkig staat haar buurvrouw Betje, die zelf ook borstkanker heeft gehad, erop met me mee te gaan naar haar volgende afspraak. Want wat de chirurg zegt
dringt niet tot Eva door. Ze zit de hele tijd naar een vlekje op de kraag van zijn witte jas te kijken en zich af te vragen wat voor vrouw hij heeft dat zij hem zo naar zijn werk laat gaan. Dankzij Betje begint de boodschap langzaam door te dringen: een borstsparende operatie en waarschijnlijk tien bestralingen. Geen chemo, omdat ze er op tijd bij is geweest voor haar soort kanker.
De arts wil dat ze eerst nog twee weken op vakantie gaat om mentaal sterk de operatie in te gaan. Maar Eva heeft geen geld om op vakantie te gaan en bovendien heeft ze die twee weken nodig om alles voor te bereiden. De woede van haar man opvangen dat ze er een paar dagen niet is om voor hem te zorgen, de kinderen voorbereiden en vervolgens troosten. Zorgen dat een aantal buurvrouwen voor haar man en de kinderen koken. Hen instructies geven over do’s en don’ts, want haar man is behoorlijk kieskeurig als het gaat om wat hij eet. Met de verschillende onderwijzers van haar kinderen praten.
Zo regelt ze alles voordat ze het ziekenhuis in gaat voor de operatie. Maar wie gaat er voor haar zorgen, vraagt ze zich af.